oktober 2011
Gek zijn we er op, programma’s als ‘The Voice of Holland’, Holland’s got Talent’, en ‘So You Think You Can Dance’. Zelf houd ik het bij deze laatste, maar dit kijk ik dan ook trouw en ook de herhalingen worden in de weken erna door mij en mijn kinderen nog meermalen bekeken. Ik wil er geen minuut van missen!

Wat is dat toch met de mensheid dat deze programma’s zo mateloos populair zijn?
Vanuit mezelf bekeken zit er een heleboel projectie in het kijken naar ‘So You Think You Can Dance’ (SYTYCD). Die zangprogramma’s kunnen mij gestolen worden. Zingen kan ik niet goed en een zangcarrière heb ik als puber natuurlijk wel even geambieerd, maar deze op zeker moment gezond weer losgelaten.

Met dansen ligt dat anders. Als meisje wilde ik dolgraag op jazzballet. Met de klasgenootjes die hier op zaten, deed ik met het grootste gemak mee en ik wilde meer! Maar helaas, om voor mij tot op heden onbekende reden, mocht ik niet op jazzballet. In de jaren erna ben ik vaak geprezen om mijn danstalent, maar mijn ouders zagen het niet, of waren in ieder geval niet van plan om dit talent door mij te laten ontplooien.
Wanneer ik kijk naar SYTYCD kan ik mij zo goed verplaatsen in de deelnemers die zich vol overgave enorm inzetten en zich in dit programma werpen. Zij laten hun kunsten zien en werken keihard om meer te leren en nog meer te laten zien. Zij zijn dankbaar voor feedback en doen er alles aan om zich op deze punten te verbeteren. Oh, wat had ik daar graag gestaan!

Verder zitten er voor mij twee elementen in die mij onweerstaanbaar aantrekken en die je zou kunnen zien als een polariteit:
Enerzijds is daar het oordelen: de kijker wordt, naast de jury, geacht iets te vinden van de prestatie die (al dan niet) geleverd wordt. Was het vroeger een jury van bekende Nederlanders en/of deskundigen die bepaalde wie won, tegenwoordig is het de kijker die dit bepaalt, door zijn stem uit te brengen via telefoon of SMS. Dit betekent dat als je wint, je er zeker van kunt zijn dat je geliefd bent bij een groot publiek.
Hierin is dan ook het tweede element te zien, de tegenpool van het oordeel, namelijk de behoefte aan erkenning en gezien worden. Gezien vanuit de deelnemers is dit het verlangen om gezien te worden in zijn talent en hier erkenning voor krijgen.

Het kijken naar dit soort programma’s zou je daarmee kunnen zien als een projectie van een verlangen om gezien te worden.
Tot zo ver ga ik nog uit van het krijgen van een positief oordeel over de prestatie. Tegelijk zit er natuurlijk iets uiterst pijnlijks aan het op deze manier oordelen en beoordeeld worden. In sommige van dit soort programma’s zitten in de jury BN-ers die deelnemers ronduit schofferen. Het wordt hen door de programmamakers toegestaan om anderen op weinig respectvolle wijze af te wijzen, alsof zij een hoger soort mens zijn dan die ander, die zich onderwerpt aan een dergelijke beoordeling. Sterker nog: het succes van het programma is mede te danken aan dit fenomeen. Vaak hoor ik als reactie hierop: ‘Dan moet je maar niet meedoen aan zo’n programma!’ Ik ben het hier niet mee eens. Een dergelijk jurylid en de programmamakers daar achter, maken mijns inziens misbruik van de behoefte van de deelnemer om gezien te worden. Dat is tenslotte de reden waarom deze persoon mee doet. Er is niets mis met gegronde feedback, maar een onbeschofte manier van afwijzen is volgens mij nooit gerechtvaardigd.
Blijft er toch nog iets over van de vraag: ‘Wat maakt dat we massaal meedoen aan dit soort oordelen? Waarom vinden we dat zo lekker?’ Enerzijds worden ‘niet-oordelende’ mensen meestal ervaren als prettig in de omgang. Bij dit soort mensen kun je jezelf zijn, voelt het veilig, je hoeft niet bang te zijn voor de afwijzing. Psychotherapeuten worden daartoe ook opgevoed in de opleiding. Anderzijds zit het dus gewoon ingebakken in de mensheid. Hoe kan er erkenning zijn wanneer er geen oordeel is? Zelfs als je een negatief oordeel krijgt, word je in ieder geval gezien. Je bestaat, je wordt niet genegeerd. We kunnen blijkbaar niet zonder, het is een oerbehoefte.

Terug naar ‘SYTYCD’. In de titel zit het al: puh, dus jij denkt dat je kunt dansen? Wie denk je wel niet dat je bent? Dat bepalen wíj wel! De ander, de maatschappij, de jury, bepaalt of jij de moeite waard bent. Niet jijzelf, niks geboorterecht: medemensen beoordelen in hoeverre jij er mag zijn, en waarom wel en waarom niet. Dit geeft de beoordelaar een gevoel van macht.

Tja, daar zit ik dan, elke zondagavond van 20:00u. tot 22:30u. aan de buis gekluisterd. Niet storen graag!!!